|
1. MARKTSITUATIE
In 2003 toonden alle kwalitatieve studies aan dat er een perceptieprobleem was, niet alleen op het niveau van de bestemming, Londen, maar ook op het niveau van het product Eurostar én de prijs. Belgen maakten meer en meer citytrips, maar minder en minder naar Londen. Deze daling was deels te wijten aan nieuwe bestemmingen en de ‘low cost’ (in 2003 bestonden er 65 citytrip bestemmingen, in 2001 slechts 15!), en deels te wijten aan de bestemming Londen zelf, die het imago had van een vervelende, stoffige en dure stad.
In 2003 was de markt stabiel wat betreft de zakentrips Brussel/Londen maar de reizigers gebruikten meer het vliegtuig dan de trein. 65% van de Business travellers nam het vliegtuig naar Londen. Ook al kiest een zakenman z’n bestemming niet zelf, dan zal hij wel z’n manier van reizen willen bepalen. In die tijd was Eurostar voor deze doelgroep geen optie. Eurostar had een perceptieprobleem op het niveau van Leisure én van Business.
Segment Leisure: in het segment Leisure was de belangrijkste doelstelling om ‘bestemming Londen’ in alle markten te stabiliseren. Vermits Eurostar leider is in deze markt zou hij alles te verliezen hebben mocht deze blijven dalen. Eurostar is het zichzelf verplicht om deze categorie te dragen.
Segment Business: in het segment Business was de doelstelling om de penetratie te verhogen door marktaandelen in te pikken van de concurrentie, met name de luchtvaartmaatschappijen.
|